

Sinds 1 juli 2026 is de Reclamecode Social Media & Influencer Marketing aangepast. De code kijkt breder dan klassieke influencers en raakt nu ook UGC-creators, affiliates, virtuele influencers, nano-influencers en makers die content voor je merk produceren. Voor Nederlandse merken is de opdracht simpel: regel briefing, disclosure, rechten, correctieproces en verantwoordelijkheid vóórdat de creator publiceert.
Omdat influencer marketing volwassen is geworden, maar veel merkprocessen nog amateuristisch zijn. Stichting Reclame Code meldt dat de RSM per 1 juli 2026 is gewijzigd, zodat de code beter aansluit op de huidige praktijk (Stichting Reclame Code update RSM). DDMA licht dezelfde update toe: de regels zijn concreter rond UGC-creators, online persoonlijkheden, beroemdheden, virtuele influencers, affiliate marketing en AI (DDMA over de vernieuwde RSM).
Dat is belangrijk voor founders en marketingmanagers die creators inzetten voor bereik, vertrouwen of contentproductie. Je kunt niet meer doen alsof alleen de influencer verantwoordelijk is voor een nette #ad. De adverteerder heeft volgens de nieuwe uitleg nadrukkelijk een actievere zorgplicht. Afspraken maken is niet genoeg als je daarna niet informeert, controleert of corrigeert.
De grote verandering is reikwijdte. De code is niet meer geschreven voor alleen de klassieke influencer met groot bereik. Ook een UGC-maker zonder groot eigen publiek kan onder de regels vallen wanneer er een relevante relatie is met een merk en de content via social media wordt verspreid of gebruikt.
DDMA noemt onder meer UGC-creators, online persoonlijkheden, beroemdheden, virtuele influencers en nano-influencers. Ook affiliate marketing krijgt meer aandacht. Wie geld verdient aan aankopen via een link of kortingscode, moet dat helder uitleggen. AI krijgt eveneens een plek: de code schrijft niet voor hoe AI mag worden gebruikt, maar benadrukt dat het gebruik niet misleidend mag zijn.
De praktische consequentie: je contract, briefing en publicatiecheck moeten breder zijn dan postingdatum, fee en deliverables. Je moet vastleggen wanneer iets reclame is, hoe de relatie zichtbaar wordt, wie claims controleert en wat er gebeurt als een post verkeerd live gaat.
Niet alleen betaling telt. Volgens DDMA kan een relevante relatie ontstaan door geld, een uitnodiging voor een event, hotelovernachting, gratis ervaring, gift, affiliate link, kortingscode, commissie of extra zichtbaarheid. De vraag is niet of jij het als merk “samenwerking” noemt. De vraag is of de maker voordeel krijgt dat de geloofwaardigheid van de uiting kan beïnvloeden.
Daarom is “we hebben alleen een product gestuurd” geen sterk excuus. Als je verwacht of stimuleert dat iemand iets plaatst, moet je transparantie regelen. Ook bij affiliate content is “de link staat in de bio” niet genoeg als de commerciële relatie niet duidelijk is.
Een goede briefing beschermt niet alleen je merk, maar ook de creator. Neem minimaal dit op:
Zet dit niet alleen in juridische taal in het contract. Zet het ook praktisch in de briefing. Als de creator het niet snapt, is je proces niet af.
De meest gemaakte fout is disclosure behandelen als een captiondetail. Het is een vertrouwenssignaal. Als de consument het pas ziet na klikken, scrollen of zoeken, heb je een probleem.
Het gaat ook mis bij hergebruik. Een creator plaatst netjes een post met label, maar het merk gebruikt dezelfde video later als paid social ad zonder context. Of een UGC-maker produceert content die lijkt op een spontane review, terwijl er geen echte klantbeleving achter zit. Dat is geen creatief format, dat is reputatierisico.
Een andere zwakke plek is affiliate marketing. Kortingcodes en commissies voelen voor teams vaak “performance”, niet “influencer marketing”. Dat onderscheid is intern handig, maar voor transparantie irrelevant. Als iemand voordeel krijgt doordat volgers kopen, moet de relatie duidelijk zijn.
Influencer marketing faalt zelden omdat de regels te ingewikkeld zijn. Het faalt omdat merken te gretig zijn op bereik en te slordig op verantwoordelijkheid. Als je creators inzet om vertrouwen te lenen, moet je dat vertrouwen niet ondermijnen met vage afspraken.
Onze mening: behandel iedere creator-samenwerking als een mini-campagne met briefing, bewijs, rechten, disclosure en evaluatie. Geen losse WhatsApp-afspraken, geen “gebruik maar #collab”, geen content inkopen zonder usage rights, geen AI-persona zonder context en geen affiliatecode zonder heldere uitleg.
De commerciële winst zit juist in scherpte. Creators die weten wat wel en niet mag, maken sterker werk. Merken die transparant zijn, hoeven minder te repareren. En teams die hun proces op orde hebben, kunnen sneller opschalen zonder dat elke samenwerking een compliance-loterij wordt.

Sinds 1 juli 2026 gelden aangescherpte regels voor influencer marketing. Niet alleen influencers, maar ook UGC-creators, affiliates, nano- en virtuele influencers vallen hieronder. Ontdek wat merken moeten vastleggen rondom disclosure, briefings, contentrechten, AI en verantwoordelijkheid om transparant én compliant samen te werken.


